Ik was met twee vrienden op een vliegveld wachtende op onze koffers. Na 11 uur in een vliegtuig hebben rondgebracht, voelde ik behoefte om te rekken en strekken. Destijds was ik vaak aan het oefenen om op m'n hoofd te staan. Dus dat ging ik daar ook ter plekke oefenen. De andere aanwezige reizigers waren ongeroerd, ze leken het niet op te merken. Een van mijn vrienden maakte er later nog een opmerking over. "Ja, maar jij gaat op je hoofd staan op het vliegveld, dat zou ik niet durven." En dat zette me een beetje aan het denken.
Kinderen kunnen gemeen zijn. Wanneer een kind een ander probeert te kwetsen zal hij iets zeggen wat schaamte oproept. "Ja, jij hebt kort haar, en jullie hebben geen televisie thuis!" Of iets dergelijks. Als kind kan dit pijn doen. We kijken immers naar buiten voor goedkeuring, we zijn sociale wezens. Als zoogdier ben je afhankelijk van je familie en tribe-genoten om te overleven. We zijn vanaf geboorte geprogrammeerd om op zoek te gaan naar goedkeuring van een ander; onze ouders en vrienden. Een manier om daar mee om te gaan is om je aan te passen; Je groeit je haar langer en vraagt om een televisie. We hebben allemaal wel dingen gedaan waarvan we ons later realiseren dat we dit deden om geliefd te zijn bij de ander. Het venijnige zit hem in dat dit proces vaak onbewust wordt. We gaan dingen doen, niet omdat we ze écht willen maar omdat we denken dat we dan goedkeuring zullen vinden bij de ander. Wanneer iemand zich niets aantrekt van deze leefregels, dan krijgen we soms zelfs de neiging om deze persoon te veroordelen. "We hebben ons zelf immers aangepast, waarom doet deze persoon dit dan niet?" Is het gevoel die dit kan oproepen. Dit gebeurt niet per se bewust, dit kan zo snel in ons plaatsvinden dat we dit niet registreren. Hoe het zich kan uiten, is dat we deze persoon simpelweg veroordelen als 'raar' persoon. Ik heb dit ook in mezelf ervaren, ik heb gezien dat ik dit wel eens doe bij een ander, automatisch in mezelf. En waarschijnlijk gebeurt het nog steeds voortdurend, misschien wel elke dag.
Het grappige is, dat wanneer we dit oordeel over de ander kunnen loslaten, dat we daarna vaak zelf meer vrijheid voelen om precies datgene te doen wat die ander deed. Wanneer we een ander niet meer oordelen over een hoofdstand doen in het openbaar, durven we dat misschien zelf. Het blijkt dat ons oordeel over de ander een oordeel is over onszelf.
Wanneer je een 'raar' iemand tegen komt en merkt dat je weerstand voelt, vraag jezelf dan: Doet hij iets wat ik zelf eigenlijk niet durf?
Kinderen kunnen gemeen zijn. Wanneer een kind een ander probeert te kwetsen zal hij iets zeggen wat schaamte oproept. "Ja, jij hebt kort haar, en jullie hebben geen televisie thuis!" Of iets dergelijks. Als kind kan dit pijn doen. We kijken immers naar buiten voor goedkeuring, we zijn sociale wezens. Als zoogdier ben je afhankelijk van je familie en tribe-genoten om te overleven. We zijn vanaf geboorte geprogrammeerd om op zoek te gaan naar goedkeuring van een ander; onze ouders en vrienden. Een manier om daar mee om te gaan is om je aan te passen; Je groeit je haar langer en vraagt om een televisie. We hebben allemaal wel dingen gedaan waarvan we ons later realiseren dat we dit deden om geliefd te zijn bij de ander. Het venijnige zit hem in dat dit proces vaak onbewust wordt. We gaan dingen doen, niet omdat we ze écht willen maar omdat we denken dat we dan goedkeuring zullen vinden bij de ander. Wanneer iemand zich niets aantrekt van deze leefregels, dan krijgen we soms zelfs de neiging om deze persoon te veroordelen. "We hebben ons zelf immers aangepast, waarom doet deze persoon dit dan niet?" Is het gevoel die dit kan oproepen. Dit gebeurt niet per se bewust, dit kan zo snel in ons plaatsvinden dat we dit niet registreren. Hoe het zich kan uiten, is dat we deze persoon simpelweg veroordelen als 'raar' persoon. Ik heb dit ook in mezelf ervaren, ik heb gezien dat ik dit wel eens doe bij een ander, automatisch in mezelf. En waarschijnlijk gebeurt het nog steeds voortdurend, misschien wel elke dag.
Het grappige is, dat wanneer we dit oordeel over de ander kunnen loslaten, dat we daarna vaak zelf meer vrijheid voelen om precies datgene te doen wat die ander deed. Wanneer we een ander niet meer oordelen over een hoofdstand doen in het openbaar, durven we dat misschien zelf. Het blijkt dat ons oordeel over de ander een oordeel is over onszelf.
Wanneer je een 'raar' iemand tegen komt en merkt dat je weerstand voelt, vraag jezelf dan: Doet hij iets wat ik zelf eigenlijk niet durf?
Reacties
Een reactie posten